Hoe werkt OZIS?

OZIS vormt een belangrijke schakel tussen Caresharing en het HIS. In onderstaande video en tekst wordt ingegaan op de technische aspecten van deze koppeling. 


Hoe werkt het uitwisselen tussen HIS en KIS via OZIS?

Technisch gezien is OZIS een netwerkstandaard. Een netwerkstandaard is een afspraak tussen softwareleveranciers over hoe gegevens worden uitgewisseld tussen hun verschillende systemen. Onderdeel van deze afspraak is dat gegevens in OZIS worden verzonden in de EDIFACT communicatiestandaard. Daarnaast vindt de codering in deze berichten zoveel mogelijk plaats op basis van NHG-labcodes.

Iedere huisartsenpraktijk en iedere zorggroep beschikt over een uniek elektronisch adres, dat is gekoppeld aan zijn HIS of KIS. Dit elektronisch adres bestaat uit een e-mailadres en een AGB-code. Tussen het adres van een HIS en een KIS kunnen verschillende soorten berichten worden uitgewisseld. Deze soorten berichten worden hieronder toegelicht.

1. Verzoek ketenlijst (VKL)

Het KIS vraagt aan het HIS een lijst van patiënten die een specifieke chronische aandoening hebben.

2. Antwoord ketenlijst (AKL)

Het HIS stuurt als antwoord de lijst met patiënten (inclusief NAW-gegevens) die voldoen aan de gevraagde criteria

3. Verzoek Ketendossier (VKD)

Van deze lijst vraagt het KIS per patiënt informatie aan het HIS. Dit is uitsluitend informatie over de specifieke chronische aandoening.

4. Antwoord Ketendossier (AKD)

Het HIS stuurt als antwoord de gevraagde informatie over de patiënt.

5. Melding Ketencontact (MKC)

Een verslag van de verrichtingen in het KIS-patiëntendossier wordt verzonden naar het HIS. De OZIS standaard is hier leidend in, in dit document kunt u nalezen wat er per module kan worden teruggestuurd naar het HIS via een MKC bericht.

Voor een succesvolle uitwisseling van gegevens via OZIS is het belangrijk dat er een complete patiëntenlijst meekomt in het AKL. Op de inhoud van deze lijst kan het KIS helaas geen invloed uitoefenen.

De meeste HIS-systemen leveren een complete lijst in het AKL als de juiste ICPC-coderingen zijn ingevoerd in patiëntdossiers binnen het HIS. Het is aan de praktijken om deze te controleren en eventueel goed te zetten. Het kan voorkomen dat er nog aanvullende instellingen in het HIS moeten worden ingesteld. Ook voor deze instellingen is de praktijk verantwoordelijk. De leverancier van het HIS kan hiervoor geraadpleegd worden.

Per aandoening moeten de onderstaande ICPC-coderingen goed ingesteld staan in uw HIS. 

DM2

T90.02

ASTMA / COPD

R96.00, R96.01, R96.02, R95.00

CVRM

K49.00, K74.00, K74.01, K74.02, K75.00, K76.00, K76.01, K76.02, K86.00, K87.00, K89.00, K90.00, K90.03, K92.01, K99.01, T93.00, T93.01, T93.02, T93.03, T93.04, 

 

Ouderenzorg

A49.01, A05

Laetitia de Jaegere -

Was dit artikel nuttig?
Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 3 van 3
Hebt u meer vragen? Een aanvraag indienen